Mijn ultieme flow-moment beleef ik het gemakkelijkst en
het vaakst als ik in de keuken sta. Omdat ik allergisch ben voor alle soorten
melk, kan ik veel dingen die uit pakjes komen niet eten. Daardoor ben ik
creatief geworden in het koken-zonder-melk, met als extra uitdaging dat ik
daarbij niet wil leveren op smaak. Dit zorgt er voor dat ik regelmatig in de
keuken sta om nieuwe dingen uit te proberen, of (vaak op verzoek) koekjes,
loempia’s, worstenbroodjes of taarten sta te bakken. Toen ik twee weken geleden
een gesprek wilde met een paar bestuursleden van school over het curriculum, was
dat prima, onder de voorwaarde dat ik voor iets eetbaars zou zorgen. De avond
voor het gesprek stond ik dan ook een appeltaart te bakken.
Het bakken of koken heeft een helder doel: er moet
uiteindelijk iets ontstaan dat eetbaar is en het liefst ook lekker smaakt. Daarnaast
kan ik me er helemaal op concentreren, er zijn in mijn kleine keuken geen
andere afleidingen te vinden. Als er iets mislukt, is dat voor mij geen reden
om er mee te stoppen. Ik zoek liever uit wat de oorzaak is, om vervolgens
overnieuw te beginnen. Ik vind het leuk om nieuwe dingen uit te proberen, maar
wil wel bekend zijn met het principe. Steeds een nieuwe stap werkt voor mij
beter dan een heel nieuw concept uitproberen. Ik haal veel recepten van
internet of uit boeken, maar vind het leuk om deze aan te passen aan mijn eigen
smaak en ideeen. Soms moet een recept ook aangepast worden vanwege mijn
allergie. Als ik zelf iets heb aangepast of ‘bewerkt’ en het blijkt een goede
combinatie te zijn, geeft me dat een extra boost om vaker te experimenteren.

De meeste recepten geven een tijdsindicatie aan. Als ik
zelf iets verzin, kan ik vaak wel schatten hoe lang ik er mee bezig ben. Deze
tijd klopt meestal ook, waardoor ik de tijd kan ‘vergeten’ als ik bezig ben. Ik
weet dat dat wat ik aan het doen ben, past binnen mijn planning. Dat geeft
rust.
Een van mijn beste flowrecepten is dat van de brownie. In
dit recept wordt maar op één moment gebruik gemaakt van een mixer (en dan ook
maar voor een minuut of 2), de rest gaat allemaal met de hand; het smelten van
de boter en de chocola, het roosteren en pletten van de hazelnoten en het ‘lobbig’
mengen van de bloem met het boter-chocola-eier-suiker-mengsel. De enige reden dat ik dit recept niet elke
week maak, is dat ik weet hoeveel boter, suiker en chocola er in gaat.
En sporten vind ik een stuk minder ‘flow’.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten