maandag 14 maart 2016

Quest 2

Na lang niks gedaan te hebben door mijn hersenschudding (zie eerdere post), heb ik het dan toch voor elkaar gekregen om Quest 2 te maken. Hieronder het individuele deel!


Scenario 1 – Open/flexibel en individueel

De school heeft in de afgelopen jaren een flinke metamorfose ondergaan. Het is sinds een aantal jaar geen instituut meer zoals we dat twintig jaar geleden nog kenden. Toen was het een plek waar mensen van dezelfde leeftijd in homogene groepen samen kwamen om hetzelfde onderwijs te volgen. De veranderingen van de afgelopen jaren zijn begonnen met de invoering van het passend onderwijs. De leerlingen en hun talenten kwamen hierdoor meer centraal te staan. Waar op de basisschool de talenten van de leerlingen ontdekt werden, wordt er in het VO op deze talenten ingezet om ze verder uit te diepen en te benutten. Leren vanuit het eigen talent is erg belangrijk geworden. 21st Century Skills waren rond 2014 al alom bekend, maar sinds een aantal jaar is ook het belang hiervan duidelijk geworden (Marzano & Heflebower, 2012). Creativiteit staat daarbij hoog in het vaandel.

Dit vraagt om flexibiliteit van alle betrokkenen. De scholen die hierin het voortouw namen zijn bijvoorbeeld basisscholen die als eerste over gingen op het bioritme model . Middelbare scholen volgden al snel dit voorbeeld. Door de openingstijden van scholen te versoepelen werd de essentie van een school weer duidelijk: een plek om samen te komen om te leren. Dat betekende ook dat mensen met een kantoorbaan door de nieuwe openingstijden van de scholen de mogelijkheid kregen om lessen te volgen. Voor leerlingen betekende dit een meer Amerikaanse high school, waar naast de gewone lessen ook ruimte is voor andere activiteiten zoals sport en hobby’s. Dat hier meer aandacht voor is gekomen, komt door de uitkomsten van het onderzoek naar het onderwijs van deze tijd, dat al in 2014 begonnen is.

Natuurlijk nemen de leerlingen in de leeftijd van 12-18 nog steeds een prominente plek in, in deze organisatie. Zij worden begeleid door een persoonlijke coach, die niet meer dan tien leerlingen onder zijn hoede heeft. Deze coach richt zich vooral op het begeleiden van de keuzes die de leerlingen moeten maken. Het maken van keuzes is een van de belangrijkste vaardigheden waarover mensen heden ten dage moeten beschikken. Het aanleren van het maken van goede keuzes is dan ook een taak die niet onderschat moet worden. De coaches hebben naast deze taak vaak ook nog een kleine lesgevende taak. Zij zijn gespecialiseerd in één of twee vakken. Door gebruik te maken van techniek zijn de lessen tijd- en plaats onafhankelijk te volgen.  Ook is kennisoverdracht sinds  een aantal jaar niet meer het belangrijkste onderdeel van de lessen. Het bedenken van oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken is belangrijker geworden Individualized customization (de Ridder, 2014) heeft de laatste jaren een grote sprong gemaakt en dat is ook te zien in de scholen. Dit afstemmen van producten op de wensen van de klant laat zich hier zien doordat leerlingen hun eigen route volgen, begeleid door hun coach en met gebruik making van learning analytics. Zelfsturing is daarbij van essentieel belang. Doordat mensen ouder worden en niet meer leren voor een baan die ze hun leven lang gaan hebben, is het belangrijk om mensen al vroeg te leren hoe zij zelf hun loopbaan kunnen vormgeven

 

Scenario 2 – Open/flexibel en collectief

Waar we aan het begin van de 21ste eeuw nog werkten met diploma’s, is er de laatste jaren voor gekozen mensen niet één papiertje te laten halen, maar hen in staat te stellen ‘badges’ te halen voor dat wat zij geleerd hebben. Dat kan zowel zijn op het gebied van kennis als op het gebied van vaardigheden. Door op deze manier te werken, wordt de ontwikkeling van mensen meer zichtbaar en kunnen zij zich verder of anders bekwamen mocht dat nodig zijn voor hun loopbaan. De vroegere middelbare scholen zijn hierop ingericht door zich niet alleen te concentreren op de leerlingen in de leeftijd van 12-18, maar ook ouderen de mogelijkheid te geven vakken te volgen of zich aan te sluiten bij werkgroepen. Dat is belangrijk, omdat de mobiliteit onder werknemers de laatste jaren steeds meer is toegenomen (de Ridder, 2014)  Het aandeel van 12-18 jarigen is op dit moment nog wel significant.

De vroegere vakken bestaan nog wel, maar lessen worden tijd- en plaats onafhankelijk gegeven. Daarbij wordt veel gebruik gemaakt van blended learning, augmented reality (de Ridder, 2014)  en ervarend leren. Flipping the classroom wordt veelvuldig toegepast. Doordat het curriculum aangepast wordt naar de tijdsgeest, is de docent ook iemand die zich steeds moet blijven ontwikkelen. Dat gaat vaak samen met andere docenten, maar ook de leerlingen worden betrokken bij dit proces. Ván en mét elkaar leren staan hoog in het vaandel. De leerkracht is een gids die zijn leerlingen de weg wijst in de overvloed aan beschikbare informatie en die hen helpt hun talenten verder uit te diepen en te ontwikkelen. De lessen zijn erop gefocust de wereldproblematiek  zoals ongelijkheid gezamenlijk aan te pakken (de Ridder, 2014). Samenwerking is de belangrijkste 21st Century Skill (Marzano & Heflebower, 2012). De koppeling met de praktijk is altijd aanwezig, vandaar ook dat bedrijven een groot aandeel in scholen hebben. In de open leeromgevingen wordt ondernemend geleerd met aandacht voor elkaars sterktes. Op deze manier voelen de leerlingen ook een duidelijke band met de wereld om hen heen. Wereldburgerschap en aandacht voor diversiteit is iets waar de aandacht al op de basisschool naar uit gaat, maar waar de middelbare school op voort borduurt.

 

Scenario 3 – Gesloten/rigide en collectief

Het leerlingenaantal is sinds begin van de 21ste eeuw flink gekrompen. Scholen zijn hierdoor gefuseerd of helemaal verdwenen. De aandacht van de scholen die er nog zijn, is gericht op de bedrijven in de regio: marktgericht. Het is voor bedrijven belangrijk om in een zo vroeg mogelijk stadium de juiste mensen voor de juiste plek te selecteren. De overheid heeft hier een grote invloed in. Zo was een van de ambities rond het jaar 2015 van de organisatie ‘VO-2020’ al dat scholen moeten werken aan de verbinding met de regio. Dit zou er later voor zorgen dat leerlingen meer baanzekerheid en –garantie hebben, wat bijdraagt aan de nog altijd gestaag doorlopende economische groei (de Ridder, 2014)Een eerste start met deze regionale focus kwam met de talentennetwerken die in 2014 uitgezet werden door staatssecretaris Sander Dekker. De maatschappelijke betrokkenheid van de leerlingen is dan ook gericht op de directe omgeving. Er is veel samenwerking met regionale clubs, verenigingen en bedrijven. Deze bedrijven maken stellen samen met de schoolleiders het curriculum samen. Het aanbod in lessen en vakken verschilt dan ook per school. Zo kan een school in een regio met weinig behoefte aan diëtisten en fysiotherapeuten en veel behoefte aan technici de aandacht leggen op techniek en een school in een regio met een tegengestelde situatie zich juist focussen op beweging en gezondheid.

Door deze regionale focus bestaan er veel subculturen in Nederland. Binnen deze subcultuur leren jongeren al vroeg wat de heersende norm is. Daar wordt niet snel van afgeweken. Veel mensen kiezen er ook voor om in de regio waar zij vandaan komen te blijven wonen en werken. Daar voelen zij zich het prettigst bij. Dit is vooral terug te zien in de dorpen (Vermeij & Mollenhorst, 2008). Het verminderde vertrouwen in de overheid en media heeft bijgedragen aan het versterken van de dialoog tussen mensen die zichzelf in elkaar herkennen. Zij kiezen er nu voor om met die mensen samen te werken en laten zich minder beïnvloeden door andere groepen (de Ridder, 2014).

Binnen scholen volgen de leerlingen lessen in zoveel mogelijk homogene groepen. Zij werken samen aan opdrachten die veelal hun oorsprong hebben in de praktijk. Zo leveren bedrijven een bijdrage aan het curriculum van de school, door te komen met al dan niet echte problemen waar een oplossing voor moet worden bedacht. De middelbare schooltijd wordt afgesloten met het behalen van een diploma. Dit diploma is niet alleen gericht op het reproduceren en kunnen toepassen van kennis, maar ook op vaardigheden die de leerlingen nodig hebben in hun latere werkende leven (Marzano & Heflebower, 2012). De overheid bepaalt in samenspraak met de regio waaraan de leerlingen moeten voldoen om een diploma te behalen.

 

Scenario 4 – Gesloten/rigide en individueel

Het begin van de 21ste eeuw is radicaal veranderd ten opzichte van het begin van de 20ste eeuw. Wat De Ridder in 2014 al schreef in zijn boek, is uitgekomen. Waar in de 20ste eeuw oorlogen tussen natiestaten veelvuldig voorkwamen, zijn die tegenwoordig bijna overal verdwenen. Daar staat tegenover dat terrorisme en corruptie wel meer voorkomen dan enkele tientallen jaren geleden (de Ridder, 2014). Als reactie heeft de overheid zijn invloed uitgebreid. Privacy is minder belangrijk, controle moet voor een groter vertrouwen in de regering zorgen. De kenmerken van een totalitaire staat zijn aanwezig, al zal daar niet snel kritiek op geuit worden. Men weet immers dat de controle nodig is om meer veiligheid te genereren. In die zin is er sprake van een Big Father (niet te verwarren met Big Brother) situatie.

De controle van de overheid is ook terug te zien op scholen. Leerlingen worden vroeg getest en al naar gelang de uitslag ingedeeld in groepen. In die samenstelling volgen zij de lessen, die volgens het protocol van de overheid zijn gestructureerd. De inhoud staat vast. Er wordt op scholen vooral formatief getoetst en de middelbare schooltijd wordt afgesloten met een diploma. Veel leerlingen halen uiteindelijk wel dat diploma, maar kiezen er daarna voor om niet verder te studeren en aan het werk te gaan. Ervaring uit de praktijk heeft de laatste jaren aan aanzien gewonnen. Dit heeft als gevolg dat niet veel leerlingen doorstromen naar het hoger onderwijs.

Leerlingen moeten niet alleen beschikken over voldoende kennis, maar dit ook in de praktijk kunnen brengen. Er is veel aandacht voor mediawijsheid, dit is een van de belangrijkste 21st Century Skills (Marzano & Heflebower, 2012). Er is ook aandacht voor burgerschap. Dit richt zich vooral op de individualistische burger.

Er was aan het begin van de 21ste eeuw al veel aandacht voor de werking van de hersenen. Op die manier hoopten veel onderzoekers te ontdekken hoe mensen (en vooral jongeren) nog effectiever kunnen leren (Jolles, 2005; Crone, 2008). Deze studies hebben de manier van lesgeven niet radicaal veranderd, al zijn scholen zich wel wat meer toe gaan leggen op de creatieve en sportieve ontwikkeling van de leerlingen. Prestaties op dit gebied worden dan ook hooggewaardeerd (Crone, 2008).

 
Koppeling met andere onderwijssectoren
In december 2015 is er in het onderwijsblad Zorg Primair een artikel van mij gepubliceerd. Zorg Primair is een blad voor het basisonderwijs. Mijn artikel gaat over een werkvorm die zowel in het PO als in het VO gebruikt kan worden.
De link naar het artikel is deze:
https://drive.google.com/file/d/0BwCb15riORVYVGNyLTBVX0tXLWc/view?usp=sharing


Bibliografie



Crone, E. (2008). Het puberende brein - Over de ontwikkeling van de hersenen in de unieke periode van adolescentie. Leeuwarden: Uitgeverij Bert Bakker.

de Ridder, W. (2014). De ontdekking van de toekomst - wat we al weten, is niet te geloven. Deventer: Vakmedianet.

Jolles, J. (2005). Beter onderwijs door meer kennis over leren en de hersenen. Beter onderwijs door meer kennis over leren en de hersenen. Maastricht: Universiteit van Maastricht.

Marzano, R., & Heflebower, T. (2012). Klaar voor de 21e eeuw - Vaardigheden voor een veranderende wereld. Rotterdam: Bazalt.

Vermeij, L., & Mollenhorst, G. (2008). Overgebleven dorpsleven. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

 

Hersenschudding...

Vakanties zijn normaal gesproken een uitgelezen mogelijkheid om een flinke inhaalslag te maken met werk en studie. Toen op 6 februari de carnavalsvakantie begon, was ik dan ook blij dat ik weer een week had om lekker aan het werk te gaan en het nodige in te halen. Met mijn groepje 'The Powerups' hadden we een mooie planning gemaakt om Quest 2 ruim op tijd af te hebben en in te leveren, zodat we geen gebruik zouden hoeven maken van een Oeps-kaart' of extra stress zouden krijgen in een toch al druk jaar. Ik had mijn eigen planning er mooi op aan laten sluiten en was van plan er helemaal voor te gaan.. tot een flinke hersenschudding niet alleen mijn hersenen maar ook mijn planning omgooide.
Ik dacht eerst dat het met een paar dagen wel beter zou gaan, maar niets was minder waar. Nu, een maand later, ben ik nog steeds niet aan het werk en ook werken aan mijn studie gaat moeizaam. De afgelopen dagen heb ik wel weer wat gedaan, al merk ik dat mijn concentratie nog lang niet op het niveau is dat het voor 6 februari was, en moet ik mijn werk regelmatig neerleggen omdat ik hoofdpijn krijg.
Gelukkig denken de docenten van de MLI erg goed met me mee, waardoor ik het idee krijg dat ik het misschien toch nog kan halen.

zondag 17 januari 2016

Quest 1 - Globalisering

Voor Quest-1 moeten ik en mijn leergroepje ons verdiepen in relevante trends voor het onderwijs. We maken uiteindelijk een keuze voor de trends en drijvende krachten waarop we ons gedurende dit LA gaan richten. De trend die ik deze week bekeken heb, was die van globalisering.

Globalisering


Globalisering is een proces van wereldwijde interactie tussen mensen, bedrijven, regeringen en culturen. Het NCDO (centrum voor mondiaal burgerschap) noemt globalisering de toename van de internationale relaties op het gebied van kapitaal, mensen, goederen, ideeën en culturen. Volgens het OECD rapport Trends Shaping Education brengt globalisatie mensen overal ter wereld samen en delen zij daardoor hun cultuur, ideeën, vaardigheden en goederen.


Globalisering houdt in dat grenzen wereldwijd verdwijnen. Afstanden worden relatief korter. Mensen zijn deel uit gaan maken van een samenhangend wereldsysteem.


Jan van der Hoek heeft over globalisering een trendanalyse gemaakt, waarin hij schrijft dat in de (nabije) toekomst grenzen en handelsrestricties verdwijnen. Volgens hem heeft globalisering invloed op de economie, maar zeker ook op cultureel en maatschappelijk vlak. Westerse en niet-westerse culturen gaan door elkaar heen lopen. Kennis wordt het belangrijkste exportproduct van Nederland.





https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEgF4EABbthMddnaYJN7DUWWTwmvRsr9jQXluHTXtEnMqyahIGxVYm_fTZD3f8qExoXzCTCHOVPArhz-QQVLAi6kIGPSitJ18rqjP0lgrwX-5X7S5WlPZQ73f1D3KWohiipjpOqfj7dNLoi3/s1600/Afbeelding1.png
Globalisering anno 2015
 



Drijvende krachten zijn de informatie- en communicatietechnologie, investeringen en internationale handel. Dit zijn krachten die in de laatste 50 jaar een grote ontwikkeling hebben doorgemaakt en die invloed hebben op al het leven op aarde. Deze krachten zorgen ervoor dat mensen direct met elkaar in contact staan. Een andere drijvende kracht is het beschermen van het eigen territorium van mensen door henzelf. Veel mensen hebben het gevoel dat hun privacy steeds meer verdwijnt. Reacties zijn dan het verwijderen van hun sociale media accounts, aandacht voor offline leven en in de letterlijke zin het sluiten van grenzen. Dat gebeurt op landelijke niveaus, maar ook op lokale.
Globalisering zorgt voor een nieuwe wereld. Volgens het NCDO moeten mensen besef hebben van mondiale patronen van uitwisseling, van onderlinge afhankelijkheid tussen mensen en van de complexiteit van  al die verschillende relaties en machtsverhoudingen die het gevolg zijn van die globalisering. Om wereldburger te worden moeten mensen inzicht hebben in globaliseringsprocessen en kennis van de historische processen die geleid hebben tot globalisering.


In het onderwijs moet daarop ingespeeld worden door de focus niet te leggen op Nederland, maar mondiaal.
Docenten moeten vaardigheden hebben die op dit moment nog niet zo belangrijk lijken. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om creativiteit, innovatie, samenwerken, onderzoek, reflectie en blijvend investeren in de eigen professionaliteit.
Doordat het belangrijkste exportproduct van Nederland kennis is, moeten scholen zich op kennisontwikkeling richten. Dat moeten zij doen door middel van het stimuleren van de ontwikkeling van de 21st Century Skills.
Daarnaast is het belangrijk dat de lessen op school zich niet richten op Nederland, maar juist op de wereld als geheel. De focus ligt op school op het vermogen om nieuwe kennis te ontwikkelen. Een leven lang leren is bij iedereen bekend. Dit houdt in dat de school niet wordt afgesloten met een diploma, maar met een startkwalificatie. Iedereen zal zich moeten blijven ontwikkelen en blijven leren. Scholen moeten stimuleren om te blijven leren. Ben Verwaayen geeft aan dat scholen mensen het vertrouwen, vermogen en de ambitie moet meegeven om te leven in een mondiale wereld.


Het aanleren van deze lerende houding begint op de basisschool en gaat verder op de middelbare school. Om in de toekomst deel uit te maken van de werkende bevolking, moeten mensen steeds opnieuw bijleren. Globalisering is daarom een zeer relevante trend in het onderwijs. Vervolgopleidingen moeten hun programma’s aanpassen op de behoeften van mensen van uiteenlopende leeftijden en voorgeschiedenissen. Het leren moet nog meer maatwerk worden. Een uitspraak van Seneca uit 45 na Chr. blijkt dan opeens verrassend actueel: ‘Non scholae sed vitae discimus’ (Niet voor de school, maar voor het leven leren wij).


Een ander punt waar basisscholen al vroeg mee moeten beginnen, is het aanleren van een milieubewuste houding bij de leerlingen. Milieuproblematiek is per definitie een mondiaal probleem en is en blijft een onderwerp dat iedereen aangaat. Het vroeg bewust maken van de eigen invloed op het milieu is een taak van het basisonderwijs. Het voortgezet onderwijs moet hierop voortbouwen en leerlingen bewust maken van de maatregelen die zij zelf op dat moment en in de toekomst kunnen nemen om te zorgen voor de aarde. Ook hoge scholen moeten zich hierin verdiepen, omdat studies en opleidingen die te maken hebben met het behoud van het milieu een grotere plek in zullen gaan nemen.


De ontwikkelingen in de informatie- en communicatietechnologie zullen een grote rol moeten gaan spelen in het onderwijs. Leerlingen moeten leren op een verantwoorde wijze om te gaan met de grote hoeveelheid – veranderende – informatie waar zij elke dag mee te maken krijgen. De basisschool moet leerlingen in een vroeg stadium wegwijs maken in een wereld waarin niet alles wat geschreven of gezegd wordt klopt, en leerlingen leren hoe zij daarin keuzes kunnen maken. Basisscholen, middelbare scholen, vervolgopleidingen, hbo’s en universiteiten moeten een doorlopende leerlijn ontwikkelen waarin deze vaardigheden steeds terugkomen op een hoger niveau.
 
https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEgj2UsAW8hN5wQ3hey-U0ybGir6KW30X17k3YUaj3y6y-HpR6veAO6J1BTNn0Jz47r9wzd4qFCQYKvMsvjKdEacR2NOC6iIyIJrKMT8VKonSreOiTrokc8w68qCtjtpcJLRd7kcOyD2u7It/s1600/ter-havo-h2-l1-globalisering%252520a-docsite.jpg
Gevolgen globalisering
 


Ik adviseer mijn leerteam om deze trend verder uit te werken.


Globalisering is niet voor niets als eerste trend genoemd in college. Deze trend heeft invloed op alle andere trends. Door globalisering wordt de kloof tussen rijke en arme mensen duidelijker, doordat mensen nog makkelijker en sneller met elkaar in contact komen. Globalisering kan er ook voor zorgen dat meer mensen zich bewust worden van deze kloof en zich in gaan zetten om deze kloof te dichten. Duurzaamheid wordt een onderwerp dat wereldwijd met behulp van samenwerking op mondiaal en individueel niveau aangepakt moet worden. De nieuwe media maken het mogelijk dat wereldwijde problemen en oplossingen gedeeld kunnen worden en indien nodig bestreden of uitgevoerd. Door aandacht voor de maatschappelijke onrust en het leren begrijpen en accepteren van verschillen op mondiaal niveau kan de wereld een prettige plek blijven om te wonen. Aan de andere kant moeten mensen het gevoel behouden dat zij invloed hebben op hun eigen leven en dat hun privacy niet beschadigd raakt door de mondialisering. Mensen moeten zich bewust zijn en blijven van de privé ruimte van alle burgers.

Mijn groepsleden van The Powerups hebben mijn trendanalyse over globalisering beoordeeld. Deze beoordeling is te vinden op Google Drive.
 
 

 

maandag 4 januari 2016

LA4 is begonnen! Quest 0 - individuele opdracht

Om 13.30u is LA4 begonnen. Dit LA is opgezet volgens de principes van gamification. Een echte uitdaging!
De eerste 'quest' is een individuele- en een groepsopdracht. Hieronder staat de individuele opdracht, waarbij ik weer gebruik maak van mijn avatar.



Wat kan ik betekenen voor mijn leerteam?
Ik heb veel ervaring met het organiseren van diverse activiteiten. Dit heb ik tijdens mijn studie gedaan door lezingen, filmavonden, feesten en de introductieweek van mijn opleiding te organiseren. Ook ben ik een van de initiatiefnemers geweest van de studievereniging voor de lerarenopleiding Geschiedenis van de HAN.
Daarnaast vind ik het geen probleem om te presenteren. In mijn avatar heb ik dat laten zien door de microfoon. Samenwerken kan ik ook goed, maar ik vind het belangrijk dat iedereen zich inzet voor de taak.
Ik kan snel lezen en verbanden leggen en vind het geen probleem om hard te werken. Om dat te laten zien heb ik de bril toegevoegd. Op de studie draag ik lenzen, die heb ik hard nodig met mijn -6.
Verder ben ik bekend met bloggen en twitteren, al heb ik dat laatste al een tijd niet meer gedaan. Vandaag ben ik daar meteen weer mee begonnen.

Persoonlijke doelstelling voor LA4
Voor mij persoonlijk is het belangrijk dat ik me meer richt op de wereld buiten mijn klaslokaal. Omdat op mijn school het lastig is om als 'gewone' docent op beleidsmatigniveau mee te praten, moet ik zelf opzoek naar mogelijkheden om dit toch te doen. Ik wil me dan natuurlijk vooral richten op innovatie.
Daarnaast wil ik me richten op het onderwijs van de toekomst. Daar ben ik natuurlijk al wel mee bezig geweest, maar verder dan onderwijs2032 en 21st Century Skills ben ik nog niet gekomen. Me verdiepen in gamification is daarvoor een goede eerste stap.

Als laatste persoonlijke doelstelling (voor dit moment, wie weet volgen er nog meer) wil ik ervoor zorgen dat ik gedurende dit LA de opdrachten goed bij ga houden en niet alles op het laatste moment maak. De opdracht is in kleine opdrachten verdeeld en mijn groep is mede-afhankelijk van dat wat ik doe, dus dat is een mooie stok achter de deur.

Hierbij nog de link naar de groepsblog van mijn leerteam 'The Powerups': https://thepowerupsblog.wordpress.com/

Het laatste LA, ik heb er zin in!

zondag 3 januari 2016

De start van LA4 met mijn eigen avatar!

Aan het begin van LA3 had ik me voorgenomen weer volop te gaan bloggen. Dat is er door Eapril, LA5-1 en diverse dingen op het werk steeds niet van gekomen. Voor LA4 is het wel weer de bedoeling dat we flink met de blog bezig gaan zijn en de eerste opdracht geeft daar meteen aanleiding toe: het maken van mijn eigen avatar!

Dat we iets moesten voorbereiden voor het eerste college wisten we niet, maar gelukkig vond Ester net op tijd de opdrachten. De avataropdracht was leuk om te doen! Dit is het resultaat:

Het is de bedoeling dat de avatar niet alleen laat zien hoe je eruit ziet (dat hoeft niet eens), maar vooral laat zien wie je bent. Ik vond het lastig om dat in één plaatje te zetten, zeker omdat het aantal opties om jezelf te customizen beperkt is in een standaard en gratis programma. Toch heb ik er wat van weten te maken. De kleding is netjes, dat past bij mij. Verder draag ik overdag zelden een bril, maar met al het lezen van de afgelopen 1,5 jaar vond ik hem wel toepasselijk. De microfoon staat voor de vele presentaties die ik sinds het begin van de studie gegeven heb. Dat vind ik ook steeds leuker om te doen.
De achtergrond met bomen en gras staat voor mijn privéleven, waarin ik veel te maken heb met de natuur. Dat komt doordat ik dat zelf leuk vindt, maar ook door mijn vriend, die werkt als houthakker.

donderdag 1 oktober 2015

Verschil tussen commitment en betrokkenheid

'Om eieren met spek te maken is de kip betrokken geweest, maar het varken heeft commitment getoond.'
(Annemarie Mars - Hoe krijg je ze mee?)

zondag 20 september 2015

LA2 wordt LA3

Na een lange tijd van stilte ga ik weer actief bloggen! De reden hiervoor is de start van een nieuw LA binnen mijn studie. Dit LA gaat over het implementeren van een onderwijsinnovatie. Interessant, zeker vanuit mijn positie als 'gewoon docent'. Gelukkig ben ik betrokken bij enkele veranderingen binnen de organisatie van mijn school, zodat ik genoeg kans krijg om de structuur, cultuur en power van mijn school omtrent innovaties eens nader te bekijken.
Ik heb er zin in!